VZW Onthaal Sint-Antonius

 Vrijwilliger zijn is een inzet  uit vrije wil, waardoor je anderen een beetje geluk kunt geven en waar je zelf ook wat gelukkiger van wordt. Sinds ik als vrijwilliger werkzaam ben bij “Het Onthaal” ervaar ik hoe vele mensen van hier en uit alle hoeken van de wereld die in armoede leven en het moeilijk hebben, naast wat materiële hulp van voedsel of kleding , nood hebben aan een beetje warme vriendschap, erkenning en respect. Een luisterend oor, een babbel, een schouderklopje , een glimlach , kleine tekenen van medeleven maken een verschil en creëren een verbondenheid. Ook het samenhorigheidsgevoel onder de vrijwilligers geeft een goed gevoel. Alles samen zijn het vele druppeltjes van geluk. Laat het maar vele druppeltjes regenen!

                                                                                                                             Fernand Cooreman

 Uit de pensioensspeech van Monda voor rita – vrijwilligster Onthaal Sint-Antonius

Ik leerde je kennen meer dan 12 jaar geleden in de Loodsen tijdens de bezinningsmomenten van Annemie Luyten. Niemand kon aan tafel enthousiaster, en met zoveel warmte vertellen over de mensen die je weg kruisten in het Onthaal, je maakte mij nieuwsgierig …. Nu werken we reeds 12 jaar samen in het Onthaal en de parochie, waar jij onze drijvende kracht bent en blijft.

 Het onthaal is een drijfveer in de diaconie, en een deel van je geloof. In alle eerlijkheid, zonder onderscheid te maken draag je zorg voor mensen. Omdat die aandacht, een druppel op een hete plaat genoemd, zo belangrijk is in hun moeilijk leven.

Op woensdag wanneer de vrouwen naar de shop komen is het altijd een gezellige bedoening. Ze zijn een hechte groep die voor kleding zorgen voor heel onze doelgroep. Door dit nieuwe initiatief, gegroeid vanuit de vroegere rommelmarkt in onze parochie, kan iedereen proper gekleed naar school of langs komen.

                                                                                                                                       Monda Mariën

Onthaal Sint-Antonius staat voor mensen ontvangen, een stoel aanbieden, met hen in gesprek (proberen) gaan. Hen een klein stapje verder zetten. En ook voor  voedselbedeling, jaarlijkse rommelmarkt, ontmoeting en vorming.

Afbeelding1

De bezoekers

Vier voormiddagen per week opent het onthaal de deuren om mensen in nood te ontvangen. Rita Somers en haar team van vrijwilligers staan klaar om mensen uit de stadzones 2000 en 2060 te helpen. Dat klinkt misschien een beetje eigenaardig, maar het onthaal houdt zich aan de territoriale afspraken  met andere verenigingen die in de voedselbedeling actief zijn in het Antwerpse.

“De laatste 10 jaar zien we een stijging van het aantal bezoekers per dag.” zegt Guy Beckers die al een hele tijd meedraait en mee instaat voor de intakegesprekken. “We zijn gegaan van 20-25 per dag naar ongeveer 40 per dag.” “Tegelijk stellen we vast dat er een behoorlijk groot verloop is in het onthaal. Bijna 40% van de mensen komt hier minder dan 5 keer langs. Dat betekent dan dat de mensen ofwel verhuisd zijn en ergens anders hulp krijgen, dat ze gedepanneerd zijn en op eigen kracht verder kunnen, dat ze een verblijfsvergunning kregen…” Als ze zo weinig komen is stevig contact moeilijk op te bouwen natuurlijk. Slecht 7% van de mensen komt zo vaak als ze mogen komen. Dat toont aan dat de idee van noodhulp als hangmat niet klopt. Die 7% zijn vooral mensen die geen enkel perspectief meer hebben. De helft  van de bezoekers komt minder dan 20 keer.  Naar het waarom van deze cijfers moet verder onderzoek gedaan worden.

Ouderen doen steeds vaker beroep op het onthaal. Het minimumpensioen is vergelijkbaar met het leefloon en dan wordt huren buiten de sociale huurmarkt moeilijk. Bovendien lopen medische kosten voor deze ouderen vaak op en hebben ze zelden een hospitalisatieverzekering.  Bij de Belgen zien we ook dat er een groep jongeren tussen 18 en 20 jaar is die zich aandient. Zij zijn vaak thuis weg en vinden geen werk, ze weten niet of willen, kunnen verder studeren en het OCMW komt nog niet tussen. Bij de Belgen zijn er behoorlijk wat nieuwe Belgen. Daar zit de snel-Belg-wet voor iets tussen en dat is een weerspiegeling van de situatie in de stad.

Oorlog in een land of regio leidt (logischerwijs) tot meer bezoekers uit dat land of regio. Tegelijk stelt Guy vast dat de conflicten niet echt mee verhuizen, toch niet in het onthaal. Kosovaren en Serviërs, moslims en christenen zitten samen in de wachtruimte en keuvelen. “Op 10 jaar is de politie maar één of twee keer moeten tussenkomen en dan heeft het gewoonlijk met drugs of niet betaalde bus-tickets te maken.”

“We kiezen ervoor zo veel mogelijk Nederlands te praten. We stimuleren de mensen ook om Nederlands te leren.” Het klinkt misschien wat negatief, maar dan merk je het verschil tussen mensen uit land als Syrië en mensen uit bijvoorbeeld Afghanistan. Syriërs hebben gewoonlijk meer onderwijs genoten en leren sneller Nederlands dan Afghanen die vaak veel minder geletterd zijn.

Dat vier medewerkers van het onthaal de intakegesprekken zelf doen, is een goede zaak. De mensen komen daarna sneller terug om informatie te vragen. En intakegesprekken voeren ze: vorig jaar 2027 gesprekken, of 10 gesprekken per verdeeldag.

De vrijwilligers en medewerkers

De sterkte van het onthaal zit voor een groot deel in de vrijwilligers. Hun betrokkenheid is erg groot en ze ontvangen en helpen de mensen bijgevolg met veel warmte.

Alleen voor de koffiebabbel zijn er niet altijd voldoende vrijwilligers te vinden. En dat is een zeer punt: eten is er genoeg, vrijwilligers niet altijd. De leeftijd van de vrijwilligers is behoorlijk hoog. Voor jongere vrijwilligers blijft er schijnbaar nog een drempel. Echte stagairs uit hogescholen en universiteiten zijn er niet zo vaak vermits zo’n stage toch wel wat extra werk met zich meebrengt. Tegelijk zijn er toch wel kandidaten voor een inleefreis die dan 20 uren stage moeten lopen in een organisatie. Zo’n kandidaten vinden de weg naar het onthaal wel en van die stagiairs willen er wel eens blijven komen. “De confrontatie voor die jonge mensen is erg groot.” merkt Guy op. “Dat armoede in België zo aanwezig is verrast de meeste jongeren.” Er is ook een tiental mensen in activeringstraject aan het werk in het onthaal. Niet altijd even gemakkelijk, maar wel erg zinvol, een goede zaak.

Afbeelding3

 

 

 

 

 

 

 

Het voedsel

Het voedsel wordt vooral aangeleverd door Europa en de Belgische voedselbank. De producten die zij aanbieden is vooral voeding met een hoge houdbaarheidsdatum: droge waren (pasta, meel, rijst…), zoetwaren en voedsel in blik dus. Maar met de beste bedoelingen slaat ook Europa de bal weleens mis. Zo wordt vaak couscous geleverd in de veronderstelling dat de niet-Belgen dat graag eten. Het zijn echter alleen de mensen uit mediterrane landen die vaak couscous eten. Aan de anderen en de Belgen moet je dan net zo goed uitleggen wat ze allemaal kunnen doen met couscous.

Te veel gesuikerde producten is natuurlijk ook niet het ideaal en niet onmiddellijk wat het onthaal graag meegeeft. Maar een maand na Pasen vinden de overschotten paaseieren hun weg naar het onthaal, net zoals de chocolade sinterklazen er in januari aankomen.

Voor de rest zijn er ook wel onvoorspelbare giften en is het zaak spullen te verwerken en indien nodig in kleinere porties te verdelen. Zo waren er bijvoorbeeld welkom pakketten van AH die ‘uitgeraapt’ moesten worden om ze verder te kunnen verdelen. Verse groenten zijn spijtig genoeg moeilijk te krijgen en te verdelen. Mensen die op straat leven kunnen ongekookte producten niet eens verwerken (lees koken). Gelukkig betaalt de Sint-Paulusparochie wekelijks 500 eenheden fruit: een welkome en gezonde aanvulling in het menu.

De ideeën van grootwarenhuizen zeggen veel over hun beleid. Delhaize zou liefst hebben dat de vrijwilligers zelf in de rekken zoeken welke producten naar het onthaal zouden kunnen wegens beperkte houdbaarheidsdatum. “Maar Afbeelding4dat doen we principieel niet,” zegt Guy, “want dan zouden wij hun probleem oplossen. Ze zouden beter hun beleid eens bevragen. Waarom wordt er zoveel aangekocht met een beperkte houdbaarheid? Bovendien zijn armen geen vuilnisbak!” Aldi en Lidl stappen niet in het systeem van voedselbedeling, schijnbaar omdat de koudeketen niet gewaarborgd kan worden. Colruyt heeft zijn eigen donatiesysteem.

En de politiek, de samenleving?

Toch zegt Guy dat het onthaal en de medewerkers zich ook een beetje onmachtig voelen. Ze kunnen geen appartement aanbieden, geen geld, geen werk. Mensen die in een sociale woning terecht kunnen, komen niet vaak naar het onthaal. De rest daarentegen… Hoog tijd dus voor huursubsidies.

De laatste jaren ziet Guy ook een mentaliteitsverschuiving en een vermarkting van de zorg. Het ‘eigen schuld, dikke bult’-denken dat grotendeels verdwenen was, steekt de kop terug op. Het discours wordt polariserender, bitsiger zelfs. Vroeger was er in het kader van Stop armoede nu! Geregeld overleg met verschillende politieke fracties. Nu is er nog één officieel aanspreekpunt. Bovendien staat in de convenanten vaak bijna letterlijk dat kritisch naar het beleid kijken niet tot de taken van de verenigingen hoort. Met de oprichting van het Antwerps opslag- en distributiecentrum voor voedselhulp (ODC) lijkt het beleid nu eerder te zeggen dat vrijwilligersorganisaties: los het nu maar verder op. “Maar het ODC is een institutioneel gegeven en zeker geen structurele oplossing.”

De nood aan structurele oplossingen is aanwezig en vanuit de ervaringen in VZW Onthaal Sint-Antonius stelt Guy duidelijk: “er is nood aan discussie over een budgetstandaard” en “als het leefloon aan de armoedegrens beantwoordde zouden we de helft minder mensen over de vloer krijgen.”

Frank Morlion