Presentie in de kijker

 

De theorie van de presentie van ‘Andries Baart’.

‘Van sommige mensen is het leven kapot. Ze zijn geïsoleerd, eenzaam en voelen zich verscheurd. Sociaal zijn zij overbodig’.

Deze uitspraak van Andries Baart zet de toon in het denken over presentiewerk en reguliere hulpverlening.presentie in de kijker

Hoe gaat het er in de presentie concreet aan toe ?

‘Presentie is een manier van zorg geven die dikwijls sterk afwijkt van wat normaal is in de hoofdstroom van het reguliere werk:  je hoeft je helper niet door wachtlijsten, intakes en aanmeldingsprocedures heen te zoeken in de zorgbureaucratie want de presentiebeoefenaar komt naar je toe, is in jouw (leef) wereld te vinden, sluit radicaal aan en je kunt hem of haar zonodig van straat of van de gang, plukken en binnen vragen. De presentiebeoefenaar beweegt met je mee:  waar jij moet gaan, daar gaat de presentiebeoefenaar, net zo snel of traag, solidair, nabij, aanspreekbaar.

Het draait in de presentie om de relatie:  je wordt als zorgontvanger opgenomen in een aandachtige en liefdevolle betrekking waarin je kunt laten zien zoals je ben,  waarin je kunt oprichten en geëerd wordt,  waar het om jou mag gaan en niet alleen over je problemen,  ziekte,  schuld of tekorten. De presentiebeoefenaar blijft bij je,  ook als het niet goed met je komt;  de hulp of zorg staan dan ook niet uitsluitend en zelfs niet hoofdzakelijk in het teken van oplossen, verbeteren,  repareren en weer op orde brengen.  Als dat allemaal kan en lukt des te beter,  maar in goede zorg gaat het daar dikwijls niet om,  althans niet op de eerste plaats.

De presentiebeoefenaar streeft ernaar om het gebruikelijke perspectief te kantelen. Hoe zien we de hulpzoeker:  is hij een verwerpelijke,  vervuilde,  drankzuchtige mankepoot of een mens met zachte ogen bij wie het leven niet lukken wil ? Hoe zien we het proces van de hulpverlening:  is het gewoon dat deze man voor een consult opdraaft of dringt het ook tot ons door hoe ontzettend veel moeite het hem heeft gekost om zich op de juiste dag,  het juiste tijdstip gereed te maken,   zijn schoenen en kleren aan te krijgen,  het ontoegankelijke gebouw zo niet rechtsom dan toch linksom in te komen en de taal te gebruiken die daar vereist is om hulp te ontvangen ? En hoe zien we de zorggever:  als een deskundige die boven de moeilijkheden staat en bekwaam, met vast hand de zaakjes rondmaakt, of als een hartelijk en competent mens die niet alleen geeft maar zonodig ook ontvangen kan,  die op de positie durft te gaan staan van de ontbrekende naaste en die herstel van wederkerigheid bevordert?

In de presentie richten we zorg in door te kijken vanuit de man die neergeslagen langs de weg ligt. In de presentie kunnen we weliswaar heel goed aanpakken en doorwerken, maken en doen,  maar ook heel goed laten,  ruimte scheppen en wachten op wat op ons afkomt,  wat zich tonen wil en wat goed kan blijken.  Presentie kent ook een moment van ontlediging,  overgave en waakzame afwachtendheid.

De gulden regel in presentiebeoefening is dat we niemand verlaten,  maar trouw en betrouwbaar in het leven delen dat aan onze zorg is toevertrouwd. In de presentie staat de mens voorop, niet het ding, de zaak, de kwaal. In de presentie doen we aan politiek (present stellen), niet vanuit dikke, ideologische beschouwingen maar vanuit de intense en liefdevolle verbondenheid (present zijn) met wie zorg behoeft.